We kennen in Nederland drie pensioenpijlers. Allereerst de AOW, vervolgens een eventueel werknemerspensioen en als derde het zelf opgebouwde pensioen. Dit samen moet voldoende zijn om je oude dag te bekostigen.

AOW

Iedereen die tussen zijn 15e levensjaar en pensioenleeftijd in Nederland woont, bouwt een AOW-recht op. Jaren dat je niet in Nederland woont, leveren een korting van 2% per jaar op. Sommige mensen willen eerder stoppen met werken en hebben hierdoor te maken met het AOW-gat. Ze krijgen geen inkomen meer en hebben nog geen recht op een AOW-uitkering. Voor deze tussenliggende periode is een voorziening te treffen. Sinds 2013 stijgt de AOW-leeftijd zodat deze in 2021 op 67 jaar zal liggen.

Werknemerspensioen

Werkgevers kunnen collectief voor een pensioenregeling kiezen. Deze pensioenregelingen zijn aan diverse voorwaarden geboden. Binnen een dergelijke regeling is het ook mogelijk om een nabestaandenpensioen op te bouwen. Ieder jaar krijg je van de pensioenverstrekker een zogenaamd Uniform Pensioenoverzicht (UPO). In dit overzicht kan je zien welke rechten je hebt opgebouwd en wat er tot uitkering gaat komen op het moment van het bereiken van de pensioenleeftijd of bij overlijden.

Ondernemerspensioen

Ben je zelfstandig ondernemer of DGA binnen een BV? Dan gelden er andere regels voor het opbouwen van een oudedagsvoorziening. Meest voorkomende voorziening is het treffen van een lijfrentevoorziening. De inleg in deze lijfrentevoorziening is binnen bepaalde fiscale banen aftrekbaar voor inkomensbelasting en hiermee bouw je een kapitaal op waarmee je op pensioenleeftijd onder bepaalde regels lijfrente-uitkeringen kan aankopen.